De "Adelaar" is in 1922 gebouwd, voor en door de scheepswerf "A. Vuyk en zonen" te Capelle a/d IJssel, als directievaartuig en voor recreatie. Oorspronkelijk stond er een "Kromhout" van 48 pk in maar die is inmiddels vervangen. Na een aantal jaren wordt ze aan de kerk geschonken, die een schip zoekt voor het contact tussen kerk en binnenvaart. Met een kleine bibliotheek, een schipper en een dominee vaart ze rond in overwegend de regio Rotterdam.

In de oorlog wordt de "Adelaar" in Nieuw-Lekkerland verstopt. Maar aan het einde van de oorlog (4 maart 1945) wordt ze, door verraad, gevonden en geconfisqueerd door de Kriegsmarine. Deze hebben er twee mitrailleurs opgezet en haar ingezet voor konvooidiensten op het IJsselmeer. Na de oorlog wordt ze door de schipper van de kerk opgespoord, ze blijkt in beslag genomen door de Binnenlandse-strijdkrachten. Nadat de schipper met haar nog konvooidiensten voor de Binnenlandse-strijdkrachten heeft verricht, wordt de "Adelaar" vrijgegeven. Helaas is ze half gesloopt en leeggestolen. Scheepswerf "Vuyk" herstelt de oorlogsschade, dit wordt, middels het in de oorlogstijd doorontwikkelde, lassen gedaan. Daarbij wordt ook de stuurhut vergroot. Enige jaren heeft de kerk haar daarna nog gebruikt voor velerlei doeleinden. In het rampjaar 1953 heeft de "Adelaar" als reddingsschip een week lang o.a. mensen van daken gehaald.

Na 1962 wordt ze verkocht aan een rondvaartbedrijf en daarna komt ze in particuliere handen. In 1989 wordt ze door een zoon van de bouwer, in behoorlijk vervallen toestand, gevonden en gekocht. Inmiddels is ze weer volledig gerestaureerd en heeft de VarendMonument A-status.